Hoe stel je een sondevoedingspomp in

Hoe stel je een sondevoedingspomp in

Hoe stel je een sondevoedingspomp in

Het instellen van zo'n pomp is geen grapje, je moet echt opletten. Eén foutje en je hebt gedoe zoals aspiratie of een verstopte sonde. Hier is hoe je het veilig en goed doet.

Voorbereiding: Wat heb je nodig?

Check even of je dit allemaal hebt, voordat je begint:

  • Sondevoedingspomp (merk als Abbott, Fresenius Kabi of Nestlé Health Science)
  • Sondevoeding (op kamertemperatuur, niet ijskoud)
  • Sonde (neus-maagsonde, PEG-sonde of jejunostomie)
  • Infuusset of voedingsset (steriel, echt belangrijk)
  • Spuit van 50 ml voor het spoelen
  • Water (gekoeld of lauwwarm, hangt van protocol af)
  • Handschoenen (niet verplicht, maar wel slim voor hygiëneli>
Let op: Was altijd je handen voordat je de pomp aanraakt. Gebruik schoon spul, anders riskeer je infecties.

Stap 1: Controleer de instellingen van de pomp

De meeste pompen hebben een digitaal schermpje. Zet 'm aan en kijk naar deze dingen:

  • Toedieningssnelheid (ml/uur): Dit bepaalt de dokter of diëtist. Bijvoorbeeld 50 ml/uur voor continue voeding.
  • Totale volume (ml): Hoeveel er in één sessie gaat, zoals 500 ml voor 's nachts.
  • Pauze-instellingen: Sommige pompen kunnen pauzeren voor bolusvoeding of als je zakken moet wisselen.

Veelvoorkomende instellingen per situatie

Situatie Snelheid (ml/uur) Totale Opmerkingen
Continue voeding (overdag) 80-120 12-16 uur Gebruik een pomp met druppelvanger
Nachtvoeding 100-150 8-10 uur Stel alarm in op leeg zak
Bolusvoeding (handmatig) 200-300 15-30 minuten Pomp kan in bolusmodus worden gezet

Stap 2: Sluit de voedingsset aan

Maak de verpakking open van de voedingsset en klik 'm vast op de sondevoedingszak. Zorg dat het goed vastzit, anders lekt het. Volg de instructies van de fabriek om de set in de pomp te plaatsen – meestal moet je de slang door een gleuf of roller leiden.

Stap 3: Spoel de sonde voor

Voordat je de voeding start, spoel je de sonde met 20-30 ml water. Dit haalt lucht weg en zorgt dat alles open is. Gebruik een spuit zonder naald. Sluit de sonde af met een klem als je klaar bent met spoelen.

Stap 4: Start de pomp

Druk op start. Check of de snelheid klopt op het scherm. Luister – een constant zoemend geluid is normaal. Piept de pomp? Kijk dan wat er op het scherm staat, zoals "occlusie" of "lucht in de lijn".

Stap 5: Monitor tijdens het toedienen

Blijf in de buurt de eerste 15 minuten. Let op signalen als:

  • Misselijkheid of opgeblazen gevoel (verlaag dan de snelheid)
  • Roodheid of zwelling rond de sonde (stop meteen)
  • Lekkage bij de aansluiting (controleer de set)
Tip: Zet een timer om de zak te checken. Meeste pompen hebben een alarm voor een lege zak.

Stap 6: Na de toediening

Als de voeding klaar is, stop je de pomp en spoel je de sonde opnieuw met 20-30 ml water. Zo raakt de sonde niet verstopt. Doe een dopje of klem erop. Gooi de gebruikte set weg zoals het hoort.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Wat moet ik doen als de pomp alarm geeft?

Kijk naar de foutmelding op het scherm. Bij "occlusie" (verstopping) check je de slang op knikken of draai je de sonde voorzichtig. Bij "lucht" kijk je of de set goed vastzit. Reset de pomp en probeer opnieuw.

Kan ik de sondevoeding verwarmen?

Ja, maar niet in de magnetron. Laat de zak op kamertemperatuur komen (30 minuten ongeveer) of gebruik een warmwaterbad. Te heet spul kan de sonde beschadigen.

Hoe vaak moet ik de sonde spoelen?

Spoel voor en na elke voeding met water. Bij continue voeding doe je dat elke 4-6 uur om verstopping te voorkomen.

Wat als de snelheid te hoog is ingesteld?

Verlaag de snelheid met 10-20 ml/uur en kijk hoe het gaat. Overleg met een diëtist voor een aanpassing.

Controlelijst voor veilige instelling

  • Handen gewassen en materiaal steriel
  • Voeding op kamertemperatuur
  • Sonde gespoeld voor start
  • Pomp ingesteld op voorgeschreven snelheid
  • Alarm geactiveerd voor lege zak
  • Patiënt comfortabel gepositioneerd (halfzittend)

Korte samenvatting

  • Voorbereiding: Controleer de pomp, sonde en voeding op kamertemperatuur.
  • Instelling: Stel snelheid en volume in volgens voorschrift.
  • Toediening: Start de pomp en monitor op foutmeldingen.
  • Nazorg: Spoel de sonde na en gooi gebruikte materialen weg.